Als de twijfel toeslaat

Vanachter zijn koloniale bureau vat dokter Meijer nog eens samen wat we de vorige keer hebben besproken. Hij stelt wat nieuwe vragen en typt met twee vingers zijn bevindingen op in zijn computer.

‘Het lijkt me goed dat je eens de reumatoloog bezoekt’. Achter hem prijkt een foto op een tafeltje. De dames op de plaat stralen. Ik denk dat het zijn dochter is samen met mevrouw Meijer. Ze dragen prachtige kleding en een hoed. Terwijl dokter Meijer me vertelt over de samenhang van mijn klachten, laat ik mijn blik voor de zoveelste keer langs zijn boekenkast glijden. Naast de kast staat een grote fauteuil. Wat zou ik graag een dag op die stoel zitten en de pijn vergeten. De tijd langs me heen laten glijden. Vergezeld door een glas rode wijn zou ik de schemer verwelkomen. Ik zou de dikke kasjmieren gordijnen dichttrekken, mijn vingers langs de boeken vleien en ze laten stoppen bij een groen boek. Ik hou van groen.

‘Laat ik het maar doen, die reumatoloog’. Ik vind het niks, maar met m’n kop in het zand ga ik de strijd niet winnen.

Thuisonderwijs

In een cafeetje open ik mijn laptop. Bij het bekijken van het rooster van filosofie bekruipt me een gevoel van onheil. Het is wel veel. En lang. Terwijl ik me afvraag of deze studie in deze mallemolenfase nu de meest verstandige is, dwalen mijn gedachten af naar een ontmoeting in Tarifa. Daar leerde ik een Fins gezin kennen, bestaande uit Jukka en zijn kinderen van zeventien en vijftien. Met z’n drieën reisden ze al zo’n drie jaar in een camper door Europa. Deze Finse pubers schoolden zichzelf door thuisonderwijs en ze verbaasden me met hun kennis. Ze kozen zelf de onderwerpen waar ze zich in wilden verdiepen, lazen boeken en volgden MOOC’s (= massive online open course) bij verschillende universiteiten. Om een papiertje gaven ze niet veel, ze geloofden in hun eigen ontwikkeling.

Het ego

Na een jaar in mijn eentje in de camper vindt mijn ego een papiertje nog steeds belangrijk. Ik dacht dat te willen kunnen zeggen dat ik filosofie heb gestudeerd. Dat een studie filosofie aan een universiteit me meer oplevert dan thuisonderwijs. Maar ik twijfel. Naast me staat de stapel boeken die bij de studie in Nijmegen horen. Het notitieblok ligt al klaar. Ik hoef dinsdag alleen maar naar het zuiden te rijden en in de collegebanken te gaan zitten. Dan studeer ik filosofie en ben ik over een tijdje iemand die filosofie heeft gestudeerd. Dan bezit ik de kennis waar ik naar smacht en kan ik bepalen of het volgen van een studie filosofie zo romantisch was als ik me inbeeldde.

De weg naar Rome

Een volle boekenkast geeft rust. Ook troost. Hoe ik me ook voel, wat er ook gaande is, op een stoel naast een goed gevulde boekenkast wil ik altijd wel zitten. Er is nog zoveel waar ik geen weet van heb. Zoveel woorden die ik niet ken, onbekende geschiedenis, ideeën, denkwijzen en perspectieven. Die wil ik wel leren. Maar eerlijk is eerlijk, het volgen van een studie vraagt teveel van mijn lichaam. En het doel heiligt niet langer de middelen. Dus zet ik een stapje terug. Om straks weer een stap vooruit te kunnen zetten. Eén stapje tegelijk.

Was het niet zo dat er meerdere wegen naar Rome leiden?